Leden Stills
| Anton van Munster: "L'Enfant Sauvage" (2) |
| Written by Bart van Broekhoven |
|
There are no translations available.
 Voorpublicatie van interview met de onlangs overleden Director of Photography Anton van Munster, NSC: "Ik ben midden in de natuur opgegroeid. Mijn ouders, die stonden altijd heel vroeg op. Ik heb heel veel zonsopgangen gezien. En veel zonsondergangen. En veel sferen. En ik vond het zelf ook mooi. Ik had altijd iets met expedities. Daar heb ik altijd iets mee gehad. En ik heb dus dan een aantal, een behoorlijk aantal expeditieachtige trips gemaakt. Maar dat vond ik leuk. Als kleine jongen bouwde ik een slee. En in de winter met de sneeuw. En dan ging ik die bossen door. Een tochtenmaker. Vond ik geweldig. Dus dat zat een beetje in me. Misschien wel erg romantisch ook. Maar dat doet er niet toe. Maar dat was iets van kou en noordoosten wind en ja, dat zei mij iets. En iets ontdekken ja. Ja ergens ook wel dat het leuk is om ergens moeite voor te doen. Dat vond ik eigenlijk altijd wel leuk. Je hebt een bepaald plan en dan ga je dat doen. En dan hoeft het niet altijd makkelijk te gaan. Laat ik het zo maar zeggen."
Beroemde publiciteitsfoto voor Bert Haanstra's "De stem van het water". Director of Photography Anton van Munster, NSC: "Dat gevoel dat je iets bijdraagt vanuit die vrijheid die je dan krijgt van de regisseur omdat hij je vertrouwt en omdat hij weet dat je niet het materiaal down the drain gooit, in de krantenbak mikt. Maar dat je er echt wat mee probeert te doen. Helemaal niet erg om te mislukken, maar om te proberen. En ja, dat is toch inherent aan de documentaire. Dat denk ik."
Over "De Stem van het Water"
Anton van Munster: Een scene van de Noordzee-Visserij wilde Bert (Haanstra, BvB) hebben. En een man die we op de afslag hadden opgenomen, daar wilde hij graag een close van hebben, van die man aan het werk op zee. Daarvoor zijn we met de kotter meegegaan. En toen, zonder dat Bert daar ooit over nagedacht of iets duidelijks over had gezegd, zijn we drie dagen aan boord geweest. Misschien een week weg. Windstil, het was echt heel vervelend. Zo’n schip dat een beetje zo ligt te dobberen en dan komt er een netje boven. Ik zeg tegen hem, we moeten een béétje wind hebben. Mensen stellen zich dat dan tòch voor. En zo grijp je ook in in de werkelijkheid, omdat je beantwoordt aan een soort van zee is toch zee. De elementen, die vis komt uit het water en het is keihard werken wat die mannen doen, ze slapen een half uurtje en dan moeten ze weer aan de bak bij wijze van spreken.
En toen ging het later in die week echt hard waaien. We moesten terug naar Scheveningen toe en toen hebben we, tijdens dat het echt, echt ging waaien, een heleboel visserijopnamen gemaakt. Het schoonmaken van de vis, ophalen van de netten en het uiteindelijk terug naar huis stomen. Dat schip stommelde en duikelde door het water, een ander schip er nog naast. En daar kwamen wij mee terug met dat materiaal. Voor Bert was dat een volledige verrassing.
De rushes werden bij Technicolor in Londen ontwikkeld, wat techniscope was, wat ze dan tegenwoordig 2perf noemen. In 1963 hadden we al 2perf. Gewoon Pullman Cinemascope genoemd, maar het was echt cinemascope projectie. Het gebeurt nu niet meer. Nu kunnen ze het gewoon scannen. Maar dat beeldje wat maar een half beeldje is, twee perforaties hoog, dat werd bij Technicolor anamorfotisch uitgerekt naar vier perforaties. Dat het weer normaal, standaard film werd. En als dat dan geprojecteerd werd met een anamorfoot projector, dan kreeg je het cinemascope effect. Dat beeld weer uitgerekt. Dan was het omgetekend. Dat had het groot voordeel dat je met álle lenzen kon werken. Je had geen anamorphoot meer nodig. Er was pas nog een vraaggesprek over 16mm, maar dit was dan nu 35. En techniscope was eigenlijk een wonderlijke kleine technische uitvinding van een Italiaanse kleine firma die voor Arri Munchen een toeleveringbedrijfje was. Zelf zijn ze wereld bekend geworden door een statief. En die hebben toen in die tijd al met Technicolor Rome dat Technicolorsysteem ontwikkeld. Wij waren daar erg enthousiast over. Goed die rushes kwamen terug van die visserij. Laten we even terug naar het onderwerp. Bert vond het fan-tas-tisch. En hij - enthousiast als hij was - ging meteen kijken. Hij was een montageman in hart en nieren. Dus die ging meteen kijken. Op grote projectie had hij het twee, drie keer gezien en toen aan de montagetafel. Ik geloof een dag later belde hij ’s avonds om half twee ’s nachts. Zo ging dat hier, want wij woonden in Laren dus dichtbij. Toen ben ik om half twee naar hem toe te gaan: "Ja je moet, ‘t is FAN-TAS-TISCH." Geweldig hè? En overdreven ook natuurlijk. Maar het zat ook meteen in elkaar. Zo was dan die samenwerking. Dat gevoel dat je iets bijdraagt wat als een soort, niet als een soort extra, maar vanuit die vrijheid die je dan krijgt van de regisseur omdat hij je vertrouwt en omdat hij weet dat je niet het materiaal down the drain gooit, in de krantenbak mikt. Maar dat je er echt wat mee probeert te doen. Helemaal niet erg om te mislukken, maar om te proberen. En ja, dat is toch inherent aan de documentaire. Dat denk ik. En ik meen zelfs dat het zelfs ook verder strekt tot in speelfilm, maar dat is veel specifieker omdat daar veel meer mensen betrokken zijn bij het tot stand komen. Laat staan dat er acteurs zijn. Een Director of Photography heeft dan toch wel een hele specifieke taak, en de regisseur moet trouwens heel goed kunnen samenwerken. Maar daar heb je toch je eigen afdeling zeg maar, waar je de verantwoording voor hebt. Dan is daar dus veel minder van dit soort vrijheden sprake. Je hebt regisseurs die zich helemaal niet met een camera bemoeien, die met acteurs bezig zijn en ensceneren. En in diezelfde tijd weet een goeie cameraman die weet dat gewoon zo te organiseren dat het zo erop komt. En daar is natuurlijk ook vooral heel veel eigen inbreng op zo’n moment. ![]() "Dokter Pulder zaait papavers"
Maar heb je regisseurs die heel preciserig zijn, ja die willen kijken welk shot. Dit prachtige boek wat ik gekregen heb van Sven Nykvist en Bergman, die hebben toch wel heel intensief zo gewerkt dat Bergman heel vaak door de camera heeft gekeken. Niet corrigerend, maar wetend waar je mee bezig bent, wat je opneemt, in de hele decoupage, dat je toch het kader weet. Op een gegeven moment weet de regisseur, je zit ergens opnames te maken, een halftotaal hier van dat raam, er komt iemand aanlopen. Dan weten ze welk kader gemaakt wordt, dat is ook een soort algemene taal. Binnenkort het hele interview op deze site
Transcript: Barbara Suters
Interview © 2009 all rights reserved by Bart van Broekhoven. Voor het overnemen, opslaan en verspreiden van (delen van) de inhoud, op welke wijze dan ook, dient u vooraf schriftelijke toestemming te hebben verkregen van de NSC c.q. rechthebbende |








